Iets over de omgeving
Bérchules
Het dorp Bérchules dateert van een 800 jaar geleden. De Alpujarra werd toen bewoond en geregeerd door de Moren. De naam Bérchules stamt af van het Arabische “vergel”of oase en het was ooit een verzameling van rijke, kleine landerijen. In die tijd was het een centrum voor de zijdehandel. Je vindt nog steeds moerbei bomen langs de verschillende wandelpaden. Een van die paden leidt naar de ruïnes van de oude zijde fabriek met nog een behouden gebleven Moorse boog. Deze fabriek staat op de plek waar de Rio Chico en de Rio Grande elkaar kruisen. Een mooie plek voor een aangename picknick.
Het dorp ligt tegen de bergen boven de diepte van het ravijn waar de rivier, de bron voor de Gualdalfeo, stroomt. Aan het eind van het dal ligt, achter het dorp, de Cerro Gordo. Vaak met een besneeuwde top. In de omgeving zie je veel terrassen met irrigatie kanalen die zijn aangelegd door de Moren. Je ziet grote kastanje- kersen-, perziken-,appel- en amandelbomen. Er worden tomaten, bonen en frambozen verbouwd. Overal hoor je de bellen van de schapen en de runderen. Je hoort en ziet verschillende vogelsoorten.
Ondanks de rijkdom van de omgeving, was het leven hard. De bevolking kwam er rond 1950 achter dat er elders meer voorspoed was. In de jaren 50 en 60 was er een grote uittocht naar Duitsland en Barcelona en vervolgens naar de kust van Almeria. En zo liep de bevolking van Bérchules terug van 4500 naar 850 inwoners. Echter de Alpujarrenos, zoals ze genoemd worden, voelen zich sterk verbonden met hun geboortegrond. Velen van hen komen terug om oude familiebanden te versterken, hun familiehuizen weer op te bouwen, voor vakantie of als ze met pensioen zijn.
Bérchules is een slaperig stadje. De architectuur bezit veel Moorse kenmerken en nieuwe regels zorgen ervoor dat nieuwbouw, maar ook restauratie volgens de traditionele stijl gebeurt. De witgekalkte huizen, die dicht tegen elkaar aan staan, zijn versierd met potten vol planten. En in het dorp zie je fonteinen, oude wasplaatsen en drinktroggen. Er zijn 2 banken, één met een geldautomaat, 3 supermarkten, wat andere winkeltjes en een apotheek. Er is een dokterspost (‘morgens , de 24-uurspost is 10 minuten rijden), een school en een bibliotheek. Voor noodgevallen is er de helikopterlandingsplaats. 3x per week, de 2e, 12e en de 22ste is er markt. Er zijn bars, wat kleine restaurantjes en in de zomer vind je terrasjes.
Stadjes in de omgeving
CástarasEr zijn een aantal leuke plaatsjes om te bezoeken. Trevélez, het hoogste dorp in Spanje, het centrum van het gebied met de beroemde droge hammen. Castaras, een liefelijk, slaperig dorpje in de vallei.( prachtige rondwandelingen). Mecina Bombaron met mooie pleinen en Yegen 5 km. verder op Mecina met zijn literaire erfenis van Gerald Brenan, de schrijver van “South from Granada”. Beneden in het dal ligt Cadiar met winkels, een bodega en de markt elke 3e en 18e van de maand.
De Alpujarra
De Alpujarra loopt van het noorden van de Sierra Nevada tot aan de Middelandse Zee ten zuiden van de vallei. En van de Rio Guadalfeo in het westen tot de Rio Andarax in het oosten. Het bestrijkt zo delen van de provincie Granada en Almeria.
Lang bleef de Alpujarra verborgen en onbekend, zelfs in Spanje door zijn moeilijke toegankelijkheid ten gevolgen van het steile landschap. Het land is bewoond sinds het Neolitische tijdperk. In de prehistorie waren er bloedige oorlogen tussen rondtrekkende stammen die ieder voor zich het land met zijn minerale rijkdommen en zijn vruchtbare bodem in bezit wilden te krijgen.
Aben HumeyaPhoeniciers, Grieken, Carthagenen, Romeinen hebben hier afwisselend gewoond en ieder liet getuigenissen van hun bewoning achter. De belangrijkste bewoners waren echter de Moren. Onder hun regering van 711-1492 brachten zij de Alpujarra tot grote bloei en welvaart. Door maximaal gebruik te maken van de natuurlijke bronnen en de aanleg van een vooruitstrevend irrigatie systeem kon er sprake zijn van een rijke landbouw. Ze plantten moerbeibomen en maakten zo het gebied geschikt voor de zijde industrie. Toen de Moren werden verslagen door de Katholieke Koningen en ze verbannen werden uit Granada organiseerde hun leider, Aben Humeya, in de Alpujarra het verzet tegen de Christelijke overheersing.Er volgde een guerrilla oorlog tijdens de regeerperiode van Philips II Deze duurde die 80 jaar. Na zijn overwinning werden veel Moren verbannen en om ontvolking van het gebied te voorkomen liet Philips 2500 gezinnen uit Noord Spanje naar de Alpujarra verplaatsen. Het land en de bezittingen van de Moren werden onder hen verdeeld.
De geografie van de Alpujarra is spectaculair.Van zeeniveau tot de hoogste top(Mulhacen 3482m.) is 30 km. Er zijn 15 toppen hoger dan 3000 m. er zijn 65 planten soorten en verschillende insecten die nergens anders op aarde worden gevonden. Meer dan in een aantal landen van Europa samen. De vogelpopulatie is rijk en gevarieerd. Zangvogels, uilen en zeldzame vogels in het hooggebergte. Je kunt ze tegenkomen, zwevend of biddend in de lucht. Reptielen en hagedissen zijn er in overvloed.Je kunt er wilde zwijnen, bergbokken, vossen, dassen en wilde boskatten observeren.
Het klimaat is een Middellands zee klimaat met een droge hete periode in de zomermaanden. De meeste regen valt er in de herfst maar de hoeveelheid verschilt nogal. Van 300 mm aan de kust tot 1500mm of meer in de hoge valleien en toppen. Vanwege het grote verschil in hoogte is er een grote variëteit in de klimaatzones. Van tropische winters aan de kust tot ijzige kou in het hooggebergte.
De architectuur van de dorpen vertoont een gelijkenis met die van de Berberdorpen van het hoge Rif en het Atlasgebergte in Marokko. De dorpjes zijn klein en lijken vast te kleven tegen de zonnige hellingen.In de dorpen zie je redelijk grote kerken met pleinen, witgekalkte huizen met balkons vol met potplanten, platte daken en de typische Alpujarreense schoorstenen, je loopt door smalle en soms winderige straatjes.
De mensen leven vooral van kleine boeren bedrijfjes die al eeuwen bestaan. Muilezels en muildieren werken op de hellingen waar tractoren niet gebruikt kunnen worden. Je ziet nog kuddes geiten en schapen. De plaatselijke producten zijn tomaten, bonen, olijven en amandelen. Maar er groeit nog veel meer: o.a. Sinaasappels, vijgen, bananen, dadels, avocado, kersen, druiven aardbeien kaki’s en tamme kastanjes in de hogere gebieden.